Grens bebouwde kom bepaalt veel

Vraag:

Is er een verschil tussen binnen en buiten de bebouwde kom voor het starten en uitbreiden van nevenactiviteiten? (Voorbeeld: Veehouderij met camping bij bebouwde kom mag wel uitbreiden met tennisbaan, maar dit is buiten de bebouwde kom van het dorp niet mogelijk omdat activiteiten daar buitengebied gebonden moeten zijn.)

Antwoord:

Elke gemeente stelt in haar ruimtelijk beleid vast waar welke activiteiten en uitbreidingen zijn gewenst. In veel gevallen is dit mede aangestuurd door provinciale instructies (Provinciale Verordening Ruimte). Gebieden met bebouwing hebben in het algemeen meer mogelijkheden voor ander gebruik en nieuwbouw dan gebieden in het landelijk gebied. In het landelijk gebied zijn uitbreiding en gebruik in hoofdzaak gericht op de agrarische productie, of ‘buitengebied gebonden’. In het algemeen is het Nederlandse r.o.-beleid gericht op bebouwen in concentraties: in steden, in dorpen, op erven. Of activiteiten mogelijk zijn, hangt dus af van de plek. Omgekeerd zal de veehouderij in of bij het dorp minder mogelijkheden hebben dan een veehouderij buiten de bebouwde kom. Zo geldt dit dus ook voor nevenactiviteiten. Overigens: omdat elke gemeente dit autonoom vaststelt, kunnen er verschillen per gemeente zijn. Het bestemmingsplan is bepalend, maar zo’n plan kan ook gewijzigd worden.


bron: www.landregels.nl