Waardestijging meenemen

Vraag:

Ik begin met een tweede tak in een oude stal en richt hiervoor een aparte BV op. Landbouw blijft de hoofdtak. Klopt het dat ik de waardestijging niet hoef af te rekenen?

Antwoord:

Ons Nederlandse belastingsysteem bevordert de voortzetting van familiebedrijven zoals landbouwbedrijven. Ons belastingsysteem belast de waardeverandering van agrarische grond voor de boer of tuinder niet, zolang u het blijft gebruiken als landbouwgrond. Deze uitzondering heet de landbouwvrijstelling. Met de landbouwvrijstelling is het mogelijk om zonder belastingheffing grond door te geven aan opvolger, of te verkopen aan een andere ondernemer met een agrarisch bedrijf (er gelden voorwaarden zoals termijn van voortzetting).
Bij omzetting van een agrarisch gebouw voor gebruik met een tweede, ‘niet-agrarische’ tak, is waardestijging van het gebouw aan de orde.
Zolang er sprake is van één onderneming met twee takken zal er nog geen directe belastingheffing plaatsvinden. Het is dan functioneel en economisch één geheel. Dat de takken ‘elkaar nodig hebben’ voor een optimale bedrijfsvoering maakt uw verhaal dus sterker. Bijvoorbeeld: de kinderen op uw agrarische kinderopvang spelen en ‘werken mee’ op de boerderij, en juist vanwege die opzet kiezen hun ouders voor u.

Twee opmerkingen. Waardestijging wordt ook belast als de stijging is ontstaan doordat de gronden een niet-agrarische bestemming of niet-agrarisch gebruik krijgen. Voor een agrarisch bedrijf dat een neventak start in bijvoorbeeld dagopvang of verblijfsrecreatie, kan de fiscus oordelen dat er sprake is van een waardestijging die valt buiten de landbouwvrijstelling. Als de neventak juridisch of fiscaal wordt afgesplitst, is dit aspect in ieder geval aan de orde. Overigens bedoelt de fiscus met een andere ‘bestemming’ niet het bestemmingsplan (u blijft wellicht bestemd als agrarisch bedrijf), maar gaat het om ander gebruik.


bron: www.landregels.nl   Brochure: Multifunctionele landbouw en de fiscus, nov 2011