Veehouderij klem in bestemmingsplan

Vraag:

De gemeente stelt dat het bestemmingsplan de veehouderij moet beperken. Hoe zit dat?

Antwoord:

Elk agrarisch bedrijf wordt in bijna alle bestemmingsplannen aangegeven met een ‘bouwvlak’. Hierin moeten alle gebouwen en dus ook veestallen. De ruimte voor nieuwe veestallen, dus die in de nabije toekomst binnen tien jaar gebouwd kunnen worden, moeten worden getoetst aan ‘milieu’. Dit is het gevolg van de Europese Richtlijn uit 2006 wat na invoering in de Nederlandse wetgeving tot gevolg heeft dat elk bestemmingsplan waarin veehouderij kan voorkomen, een planMER moet maken (milieu effect rapportage). Vooral ammoniakemissie en depositie op natuur is dan bepalend. Eerst gingen bestemmingsplannen uit van een zekere saldering van groeiers/stoppers en nieuwe techniek, maar de rechter heeft sinds 2012 gesteld dat dit niet aan de wet voldoet: te zachte aanname, het moet concreet aantoonbaar. Sindsdien is de lastigheid hoe je dit doet. Naar aanleiding van bestemmingsplan van de gemeente Leeuwarden en de reparatie van gemeente Zelhem beschrijven Henk Veldhuis en Pier Wiebe Rienstra dat de mogelijkheid ligt in een extra regel in het bestemmingsplan namelijk dat je dit dan aantoont bij elke uitbreiding (bron: Landwerk, april 2014, Weer ruimte voor veehouderij in een bestemmingsplan buitengebied?). Omschakeling van een oude naar een nieuwe stal geeft door de nieuwe techniek vanzelf groeiruimte. Groeien bovenop het aantal stuks vee in een moderne stal kan dus volgens de auteurs alleen als je zelf een concreet salderingsplan hebt met bijvoorbeeld stoppers in de buurt. Het is helder dat groei van een veehouderijbedrijf niet met een ‘ruim bouwvlak’ is verzekerd en dat meer en meer per ontwikkeling alle effecten moeten worden nagegaan. Dit is ook de opzet van de nieuwe Omgevingswet.


 


bron: www.landregels.nl    HW